Bijgevoegde foto is niet van het betreffende stembureau. Bron: ad.nl

Gezien op 15 maart 2017 te Rotterdam

In Nederland heeft het algemene publiek bijna 100 jaar het recht om te stemmen. Nu dit feit voor de meesten als vanzelfsprekend begint te voelen, is het tijd om de balans op te maken. Hoe verhouden we ons als burgers tot deze verantwoordelijkheid? In het noordelijk deel van Rotterdam onderzoekt het publiek dit in een interactieve theatrale installatie, vormgegeven als stembureau. Het levert een schouwspel op dat urenlang blijft boeien.

Het publiek vormt een stoet die in een constante stroom door de installatie trekt. De meesten blijven niet langer dan 10 minuten. Verschillende archetypes komen voorbij: de jongen van achttien die voor het eerst mag meedoen, de postbode die op zijn route snel langskomt, de oudere dame die haar rollator thuis heeft gelaten en daar spijt van krijgt.

De keuze voor een stembureau als vorm voor deze installatie voelt voor de hand liggend, maar blijkt treffend omdat dit de mogelijkheid biedt tot het fysiek maken van de nog altijd wankele verhouding tot het stemrecht. Bij de meesten treedt meteen na binnenkomst totale paniek op over de route die afgelegd moet worden. Men stoot meubilair om, dringt per ongeluk voor in de rij. Iedereen worstelt met het stembiljet, dat te groot is voor het stemhokje, wat een licht absurd tafereel oplevert. Een enkeling stemt praktisch buiten het hokje, waardoor de eigen politieke voorkeur onbedoeld openbaar wordt gemaakt. Als het formulier eenmaal weer opgevouwen is, moet het in een vuilnisbak met een gleuf in de deksel gestopt worden. De verbijstering die dit oplevert blijft uren vermaken.

Het meest interessant is de keuze om een aantal acteurs in het bureau neer te zetten, waartoe de individuele publieksleden zich moeten zien te verhouden. Op deze manier wordt onderzocht hoe de kiezer met het abstracte begrip ‘invloed’ omgaat.

Aan het begin van de installatie staat een acteur die aan iedereen vraagt of ze hun stempas en identiteitsbewijs bij zich hebben. In dit cruciale moment wordt duidelijk hoe publieksleden zich voelen over het stemmen. Verderop in de installatie bemoeit men zich met de procedure, beroept zich op hoe het ‘vroeger’ ging, of uit hardop een voorkeur voor digitaal stemmen, ook al is dat op dat moment totaal nutteloos. Anderen voelen zich zo machteloos dat ze bij elke stap die ze zetten vragen of ze het wel goed doen: “Inkleuren was het, toch?” Een dame in een scootmobiel begint hard te roepen dat ze niet stemt omdat ze niet kan lezen, en wordt overgehaald om toch haar man met een volmacht te laten stemmen.

De interactie met de actrice aan het eind van de installatie, bij de stembus, is het meest interessant: velen verwachten niet dat ze er is of snappen niet wat ze er doet. De verbijstering over de vormgeving van de stembus wordt verergerd door de plotselinge keuze om wel of niet iets te moeten zeggen; of de niet-bestaande keuze om de stem uit handen te geven of controle te houden. De paniek slaat bij velen, na de berusting die in een kort privémoment in het stemhokje werd gevonden, weer toe: “Moet ie hierin?”

De gewone mens die iets officieels moet doen, is de mens op zijn aandoenlijkst.

“Op de goede afloop,” zegt een man terwijl hij zijn formulier in de gleuf van de vuilnisbak stopt, “het is toch allemaal theater.”

Ik geef dit publiek drie van vijf sterren.

Disclaimer: Omdat onze recensent zich urenlang op het bureau heeft bevonden, is dit een lange recensie geworden. Excuses voor het ongemak.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *