Foto door Salih Kilic

Toxic Psalms door Carmina Slovenica – 20 mei 2016 – Rotterdamse Schouwburg

Rond het Schouwburgplein kan ik mijn fiets nergens kwijt, en als ik naar binnen wil krijg ik bijna de deur niet open omdat de foyer bomvol staat. Het is de openingsavond van de Operadagen Rotterdam. Het publiek is gekomen met een groot ensemble dat in leeftijdsopbouw diverser is dan je zou verwachten bij het woord ‘opera’. Hoewel ik dit van eerdere edities van dit festival al gewend was, ben ik blij verrast. Het valt me wel op dat er dit jaar minder studenten in het publiek zitten, maar misschien worden die pas ingezet bij komende voorstellingen.

Dit publiek begint redelijk voorspelbaar. Boven bij het scannen van de kaartjes vormen zich twee lange rijen, terwijl er drie kaartjesscanners zijn. De middelste kaartjesscanner gebaart dat het publiek naar haar toe mag komen, maar wordt genegeerd. Zodra iemand haar opmerkt en zich in haar richting begeeft, volgt de rest van de rij, zodat vervolgens de kaartjesscanner links niets te doen heeft.

De voorstelling draait vanaf ongeveer vijf minuten na het begin voornamelijk om de dialoog van de man en vrouw naast me. De vrouw praat in een taal die ik niet kan herken en wijst naar het podium. Hij maakt met zijn telefoon foto’s van het podium. Op de rijen voor ons worden wat hoofden omgedraaid, maar niemand zegt iets.

Op het podium staan 34 jonge Sloveense vrouwen en meisjes, gehuld in het zwart. Er is een thema, een breed thema, en daaromheen is een collage gemaakt van mooie beelden en vooral prachtig geluid, dat de hele ruimte vult. Als het koor stopt met zingen, is er een mannelijke voice-over die ze vertelt dat ze door moeten gaan.

Van meerdere kanten hoor ik mensen praten. Verspreid door de zaal verschijnen vanuit het publiek steeds flitsen. De daadwerkelijke fotograaf (inclusief keycord met perspas) die naast mij zit, heeft mij voor de voorstelling verteld dat hij bij deze voorstelling geen foto’s hoeft te maken, omdat het gezelschap die zelf al heeft aangeleverd bij de organisatie. Of de praters en fotografen net als het stel naast me ook duo’s vormen kan ik van achter in de zaal niet goed zien.

Het is indrukwekkend om al dat blonde, steile haar en die jonge gezichten te zien samen met alle militaire symbolen die je normaal met mannelijkheid associeert, in combinatie met die engelachtige stemmen.

Er dwarrelt een programmablaadje van het tweede balkon naar beneden. De vrouw schuin voor mij zit te knikkebollen. De vrouw naast mij legt haar voet op de stoel van de knikkebollende vrouw.

Het gaat over religieuze en totalitaire macht. De jonge vrouwen zijn degenen die daarvan het misbruik moeten ondergaan, die gecontroleerd moeten worden omdat ze zondig zouden zijn, en die thuis op de mannen moeten wachten. Van die mannen zijn op het podium alleen de laarzen over. Eerst omringen ze het koor, later belanden ze op een grote stapel.

‘Picture! Picture!’

De vrouw naast me stoot haar partner aan en doet niet haar best om te fluisteren. Er kijken wat hoofden op de rijen voor ons om. Als de man stil blijft zitten, pakt ze zelf haar telefoon uit haar tas en houdt deze omhoog. Daarbij stoot ze met haar elleboog bijna tegen mijn hoofd, maar trekt daarbij een duidelijke vierde wand op: ze is geen onderdeel van dit publiek. De rest van de voorstelling blijft ze met grote gebaren en diepe zuchten steeds verzitten in haar stoel.

Het is een opera, maar er is geen verhaal. Er is geen tragische heldin, er is geen dame in nood die gered moet worden. Er staan 34 jonge vrouwen op het podium die net zo goed slachtoffers als heldinnen zijn. Hun koorzang wordt gecombineerd met helse kreten en gesis. Ze voeren choreografieën uit die niet gelijk gaan. Het maakt me niet uit of het de bedoeling was of niet, het gaat hoe dan ook om niet gehoorzamen aan de macht. Niet gehoorzamen aan de volle zaal Nederlands publiek, dat mompelt als de gesproken tekst niet exact overeenkomt met de boventiteling, en gniffelt bij een uitspraak als ‘I was raped, but I’m still a virgin’.

Ondanks de schijnbare desinteresse die het publiek tijdens de voorstelling uitstraalde, wordt er zodra het doek valt meteen opgestaan en geklapt tot het koor zelf het podium af is gelopen.

Buiten bij de rokers wordt het publiek nabesproken. De hoeveelheid praters en fotografen is opgevallen. Het blijkt echter dat deze voorstelling een individuele experience was, afhankelijk van de plek in de zaal. Rokers die op het tweede balkon zaten vertellen over hun ervaring met een vrouw die een Cornetto at, en een man die niet kon fluisteren, die zich steeds verplaatste tussen het eerste en tweede balkon. De conclusie van de rokers over dit publiek: Het waren genodigden.

Ik geef dit publiek drie van vijf sterren