4 Sterren: De Recensieshow – gezien op 7 mei 2017 in Het Compagnietheater te Amsterdam

‘Alles begint met verontwaardiging.’

Op het podium hebben vijf BN’ers plaatsgenomen om te praten over de kunst- en cultuuruitingen die zij de afgelopen maand bezocht hebben. Na ongeveer een uur doet één van de vijf met deze zin een poging om een reactie van het publiek te krijgen.

Het publiek van 4 Sterren: De Recensieshow is op dat moment al even bezig om in Het Compagnietheater een performance neer te zetten over consumentisme en beeldcultuur. Waarom gaan we eigenlijk nog naar het theater, als we de hele dag elk soort entertainment op een scherm kunnen bekijken? Het is een goede keuze om deze zoektocht neer te zetten tegenover vijf nietsvermoedende talkshowgasten.

Na netjes de zelf geprinte e-tickets te hebben getoond bij de kassa, schuifelt het publiek langzaam de grote zaal in. Het bestaat voornamelijk uit vrouwen van boven de veertig, gekleed in vrolijk geprinte blouses van luxe stof, opgedeeld over vriendinnenclubs en familiearrangementen. De groepjes nemen met wat moeite plaats op de ongeplaceerde tribune, waar het zaallicht de rest van de performance aan zal blijven, zij het gedimd. De tribune wordt van het podium gescheiden door een breedbeeldtelevisie, met de achterkant naar het publiek toe. Het apparaat steekt klein af tegenover het grote podium.

De setting versterkt de performance, waarin de groep collectief naar het juiste gedrag voor het moment zoekt. Is dit een voorstelling of kijken we naar de televisie? Er schemert iets van bewustzijn van de theatersetting door: er wordt geapplaudisseerd na elk item, men doet zijn best om rechtop in de stoel te blijven zitten. Toch overwint de neiging om in televisiemodus te schieten. Naarmate de voorstelling vordert worden er zakken drop en rollen pepermunt uit tassen gehaald. Tijdens het muzikale gedeelte wordt het eten gedeeld met de familie, flesjes water worden doorgegeven, en er wordt zelfs een tube handcrème tevoorschijn gehaald. Op de telefoon wordt de tussenstand van een voetbalwedstrijd in de gaten gehouden.

De zoektocht naar een houding vindt ook zijn uitwerking in het verbale. Af en toe wordt er overlegd over iets dat op het podium gezegd wordt, maar dat wordt zachtjes gedaan. Zelfs de telefoons gaan zachtjes af. Als dit publiek reageert, is het in koor, slechts beperkt tot korte, gedempte uitroepen. Dit is voornamelijk in reactie op de wat meer politieke uitspraken die gedaan worden door het panel. Wie het ermee eens is, knikt instemmend, anderen mompelen zachtjes ‘Nounou…’. Er is slechts één panellid dat vanachter de vierde wand om een reactie van het publiek blijft vragen, tevergeefs.

‘Hebben jullie dat óók?!’

Het publiek schuift wat heen en weer op de stoel, pakt alvast de handtas op schoot, deelt nog een pepermuntje uit en bekijkt op de telefoon de terugreis. Het zijn wat interessante kritieken op het huidige consumentisme van de cultuurafnemer, maar ze hadden wat beter uitgewerkt mogen worden. Er lijkt geen consequentie te zitten aan de beelden en gedragingen die met elkaar in verband worden gebracht. Maar misschien was dit juist de bedoeling.

Na een applaus schuifelt de massa de zaal weer uit.

‘Het was wel anders dan de vorige keer.’

‘Ja, het was nu wat diepgaander.’

‘Het ligt er ook aan wie er zit, hè.’

‘Ja, dat is zo.’

‘Nou, gaan we eens kijken hoeveel het parkeren gekost heeft.’

 

Ik geef dit publiek drie van vijf sterren.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *