Recensie van het publiek bij De Gendermonologen door Theatercollectief Macabre – gezien op 13 september 2017 in Theater Bellevue tijdens Amsterdam Fringe Festival

In de kelder van Bellevue hangt voor aanvang een licht gespannen sfeer. Terwijl het podium in strak, wit licht baadt, doet de zaal denken aan een donker café. Tussen de stoelen staan op sommige plekken tafels, alsof de illusie van een tribune doorbroken moet worden. Achterin de zaal staat een bar, maar die is onbemand. Het publiek komt met een biertje in de hand de zaal in lopen, maar lijkt toch licht verbaasd over de setting. Ze staan eerst bij de bar even de zaal te onderzoeken, voordat een zitplek wordt gekozen. Meestal rondom een tafeltje. Iemand doet een poging om vrienden te overtuigen om op de eerste rij te gaan zitten, wat pas na lang overleg lukt.

Nadat de groepen zitten, komen er bezoekers in hun eentje binnen. Opnieuw blijven ze allemaal eerst achterin de zaal staan, te bedenken hoe ze zich moeten positioneren tegenover de anderen. Om niet teveel op te vallen, doen ze alsof ze met iets anders bezig zijn, bijvoorbeeld even het haar goed doen of hun kaartje wegstoppen.

Als het zaallicht begint te dimmen, wordt de druk om een keuze te maken voelbaar. Een enkeling vindt spontaan contact met een bekende in de zaal en gaat er snel bij zitten, maar de meesten besluiten om op de achterste rijen te gaan zitten met minstens drie stoelen afstand tot de andere bezoekers. Anderen besluiten aan de bar te gaan hangen om het overzicht te behouden.

Vanaf het moment dat de acteurs beginnen te praten, is het muisstil, en dat blijft het ook. Ik kan alleen aantekeningen maken als er muziek wordt afgespeeld, omdat anders het krassen van mijn pen te horen is. Iedereen in het publiek blijft lange tijd in dezelfde pose zitten, sommigen met een hand voor de mond, leunend op een tafeltje. Aan de bar lijkt men iets losser: er klinkt soms een klein lachje, er wordt een beetje meebewogen op de muziek. Na een half uur neemt men in de zaal dit over. Aan de bar wordt begonnen met uitbundiger lachen. De verstarde poses blijven echter, maar er wordt een brede glimlach aan toegevoegd. Iedereen lijkt zeer zelfbewust en daarom voorzichtig, misschien bang om op te vallen, ook al is het donker en veilig.

Het blijkt maar weer dat een gebrek aan reactie niet zo veel hoeft te zeggen. Na een slotmonoloog barst het applaus los. Er wordt gejoeld en gefloten. Veel mensen blijven hangen in de zaal, praten in groepjes na, gaan het gesprek aan met de acteurs. De mensen die achterin in hun eentje zaten, blijven er even naar staan kijken, knikken naar een acteur, mompelen zachtjes ‘dankjewel’, en verdwijnen dan weer in de drukke foyer.

Ik geef dit publiek drie van vijf sterren.