Het publiek van Woyzeck in de virtuele foyer voor aanvang van de voorstelling.

Recensie van het publiek bij Woyzeck, een digitale waanvoorstelling door Zephyr Brüggen e.a. – gezien op 12 mei 2020 – online

Hooggeëerd publiek, u dacht veilig te zijn in uw thuistheater? Helaas voor u maakt Publieksrecensies.nl een langverwachte doorstart, want onze recensent staat te trappelen om uw virtuele optreden te analyseren en beoordelen. Publieks-wat? Optreden? Beoordelen? Waar gaat dit nou weer over? Lees het hier.

In ‘normale tijden’ zouden ze er misschien niet voor kiezen. Om toch zichtbaar te blijven in het drukke theaterveld, komt het publiek van Woyzeck vanavond met wat acteurs samen in een Zoom-videoconferentie. Op een afgesproken tijd. Als het begonnen is mag er niemand meer in. Net als in het echte theater.

Voor aanvang komen we samen in de digitale foyer, iedereen binnen zijn eigen kadertje, netjes geordend in een grid. In sommige kaders zitten ze met zijn tweeën. Ik spot mensen die ik al jaren niet heb gezien, of die ik ooit één keer sprak op een of ander festival of netwerkborrel. In het theater zou ik een praatje gemaakt hebben. Of alleen even zwaaien.

Zwaaien naar iemand die het niet ziet – of nog erger: terugzwaaien naar iemand die helemaal niet naar jou zwaaide – is al gênant in de analoge foyer, maar hier is het wel erg… zichtbaar. Zal ik dan maar een privéchat beginnen? Of word ik niet herkend? Misschien kijken ze wel naar mij en maken oogcontact, maar dat kan net zo goed voor een ander bedoeld zijn, hoe tevergeefs ook. Een paar mensen in de gallery view beginnen ongeveer tegelijk een beetje besmuikt te lachen: die zitten te chatten.

Allemaal op mute

We krijgen instructies: zometeen moeten we allemaal ons scherm op speaker view zetten, waarbij het kader waarin wordt gesproken (door de acteurs dus) uitvergroot verschijnt, met slechts een paar kleine kadertjes erboven. Een duidelijke hiërarchie, net als in het theater. Zij praten met een lampje op hun hoofd en wij zitten stil in het donker, gaan op in de massa. De meesten in dit publiek proberen die focus thuis na te bootsen: koptelefoon op, lichten uit. Al heeft dat laatste niet zoveel zin, het daglicht schijnt gewoon hun kamers in. Soms zetten ze gewoon hun camera uit, waarna hun namen pontificaal in beeld komen. Toch minder anoniem dan in de schouwburg.

Door een onzichtbare entiteit worden we allemaal op mute gezet, zodat we elkaar en de acteurs niet kunnen storen. ‘Anders dan in het normale theater, en dus beter!’ Dat blijkt, want één vrouw gaat vrolijk door met een telefoongesprek. Het duurt een paar volle minuten voor ze doorkrijgt dat de voorstelling al begonnen is.

Maar het is de afspraak dat we niet naar elkáár kijken, we moeten onze volle aandacht op de acteurs richten. Met een half oog op de voorstelling google ik ondertussen de vraag hoe ik als individu wél naar de gallery kan kijken, zonder na een halve seconde teruggezet te worden op speaker view. Ik vind het antwoord niet snel genoeg, heb even gemist wat er gezegd werd, dus ik geef het op. Dan maar op pijltjes klikken zodat ik overzicht op de kleine kadertjes houd. Met 105 deelnemers is dat nogal een onderneming. Hoewel, het merendeel van de kaders is inmiddels zwart, met alleen een naam of een profielfotootje. David Bowie is er ook, zie ik. Sommigen hebben, heel pre-Corona, gewoon hun camera afgeplakt.

Speaker view. De video’s bovenin verschijnen in willekeurige volgorde en de kijker kan doorklikken om meer kaders te zien.

Intermezzo

Dan klinkt er plots muziek en in plaats van de acteurs wordt het publiek om de beurt uitgelicht in het grote kader. De eersten die in beeld komen reageren wat onwennig, maar daarna staan ze op om gezellig wat te dansen. Er floepen weer meer camera’s aan. De één danst, de ander glimlacht een beetje schaapachtig, er wordt geproost en gezwaaid.

Na het dans-intermezzo gaat de voorstelling, en daarmee het publiek, met nieuwe energie weer verder. Ik klik opnieuw wat heen en weer. Er heet iemand “JOEP” en dat doet me aan een filmpje denken, maar ik weet niet meer waar dat ook alweer van was, dus dat moet ik even opzoeken. Als ik het filmpje heb gevonden (graag gedaan), heb ik intussen weer van alles gemist.

Ik klik snel terug naar de publiekskadertjes in speaker view en word ineens geconfronteerd met mijn eigen spiegelbeeld tussen de andere hoofden. Zagen de anderen dat ik afgeleid was? Dat betekent niet dat ik het niet naar mijn zin heb! In de theaterzaal heb ik ook constant associaties en herinneringen, maar dan kan ik me ervan weerhouden om mijn telefoon te pakken. Met mijn laptop voor mijn neus dacht ik er niet eens over na. Terwijl ik in zo’n donkere zaal in principe anoniemer zou zijn…

Mindfuck

Dit panopticum, toch een metafoor die ik vaker heb gezien bij theaterpubliek, krijgt in deze setting nog een extra laag: je ziet alle ogen, maar kijken ze ook naar jou? Ieder mens is een afgrond: je weet ‘in het echt’ nooit of de ander precies hetzelfde ziet, ervaart, denkt als jij. De technologie voegt daar een extra mindfuck aan toe: iedereen ziet het grid in een andere volgorde, of ziet helemaal geen grid, heeft eigen instellingen en voorkeuren en versies van het programma. Je weet bovendien niet wat er buiten de kaders gebeurt.

Nee, waarschijnlijk heeft niemand me net gezien. Ik zie wel iemand anders op zijn telefoon kijken en dat lucht me voor het eerst in mijn theaterkijkcarrière op. Anderen gaan er wat lekkerder voor zitten, pakken een wijntje, voeren korte gesprekjes met iemand buiten of in beeld. Kinderen, katten en andere huisgenoten lopen de kaders in en uit. In alle kamers, zowel bij het publiek als bij de acteurs, gaat tegelijkertijd langzaam de zon onder.

Nagesprek

In het theater zou dit gebrek aan onverdeelde aandacht ronduit onbeschoft zijn geweest, maar dankzij de technologie maakt het niet uit. Wie er last van heeft, kiest gewoon voor een ander perspectief. Wie wel graag naar het publiek gluurt tijdens het theaterkijken, kan zich nu verlekkeren aan de interieurkeuzes van anderen. De mogelijkheid om een biertje in de hand te houden of om ieder moment even naar de wc te kunnen geeft het een soort festivalvibe, theater zoals het ooit duizenden jaren geleden ontstaan is.

In het nagesprek (met 60 man – ik ben nog nooit bij zo’n druk nagesprek geweest) gaat het al snel over de afspraak om niet naar elkaar te kijken. Niet iedereen heeft zich eraan gehouden, en dat voegde volgens henzelf iets toe aan het amusement. Iemand die ‘braaf’ is geweest heeft het gevoel iets gemist te hebben. Dat maakt het óók theater: dit was eenmalig, het komt niet meer terug. 

Ja, het live kijken thuis op de bank, dat smaakt dit publiek wel naar meer. De focus is anders, maar niet per se slechter. In het gewone theater kijk je ook naar de anderen. En dan kunnen ze niet op mute.

 

Ik geef dit publiek drie van vijf sterren.

Lees hier meer over onze beoordelingscriteria.